Op het verslag van Pukkelpop laat ik je nog even wachten, want binnenkort kunnen de prachtige foto’s van MIR I AM mijn verhaal compleet maken…
Daarom zal ik nu alvast beginnen met de muzikale historie van deze band. Maar waar zal ik beginnen? Op zich is Colorless Green Ideas het resultaat van een kruisbestuiving tussen mij en Sofie. Alhoewel Sofie voor de meest in het oog en oor springende elementen zorgt - de stem, de melodielijnen, de tekst - ligt de muzikale basis toch wel bij mij, en omdat ik ook deze tekst schrijf, ben ik dan ook geneigd om de muzikale invloeden vanuit mijn standpunt te gaan beschrijven. Ik moet misschien Sofie maar eens overtuigen om ook een bijdrage tot de blog te leveren en haar visie en geschiedenis uit de doeken te doen.
Maar waar begin ik? Weet je, in mijn kindertijd en puberteit was ik helemaal niet met popmuziek bezig. Ik ging naar de muziekschool, speelde dwarsfluit en cello en was helemaal ondergedompeld in de klassieke muziek. Ik was wel van in het begin creatief ingesteld. Toen ik elf was, ging ik op muziekkamp in de lekker ouderwetse ‘normaalschool’ van Malonne, in de buurt van Namen. Daar leerde ik de eerste beginselen van de harmonieleer en ontdekte ik het spel van de akkoorden. Ik ben nooit echt hard op groepsactiviteiten ingesteld geweest, want op zondagnamiddag, toen ik werd verondersteld deel te nemen aan de sportactiviteiten bovenop de ‘berg van Malonne’, zat ik op mijn kamertje te schrijven aan mijn eerste muziekstukje, eigenlijk een harmonie-oefening voor drie dwarsfluiten en altfluit. Het stukje werd uitgevoerd op het eindconcert van het kamp en ik speelde zelf de altfluitpartij.
Ik bleef mijn hele tienertijd duchtig tokkelen op de piano in onze woonkamer, terwijl ik allerlei stukjes componeerde. Ik was in het begin vooral geïnteresseerd in barokmuziek, in de eerste plaats in Bach (later zou ik het meer gaan hebben voor Italiaanse barokcomponisten zoals Vivaldi en Pergolesi, die toch iets frivoler klinken en niet altijd zo ernstig Duits-religieus zoals Bach). Een grote ontdekking was Le sacre du printemps van Stravinsky, een magistraal symfonisch werk dat meestal als het belangrijkste werk uit de 20ste eeuw wordt beschouwd. Het wakkerde mijn interesse voor 20ste-eeuwse klassieke muziek aan en ik begon ook vooral in een nogal expressionistische stijl te schrijven (achteraf bekeken natuurlijk, niet dat ik daar op dat moment besef van had). Rond mijn zestiende geraakte ik in een soort writer’s block. Ik begon weer tonaler te denken, onder invloed van minimalisten zoals Philip Glass en Gorecki (zijn Derde Symfonie is een zware aanrader). Dat zorgde er echter voor dat ik niet zo goed wist welke weg op te gaan en ik schreef nog weinig. Eenmaal ik aan de universiteit ging studeren, kreeg ik alsmaar minder tijd. Ik schreef in die periode wel mijn grootste werk: een tweedelig opus van een twintigtal minuten voor mezzo-sopraan, piccolo, strijkers en twee piano’s. Ik vrees dat ik nog even zal mogen wachten op een uitvoering… In die periode ontdekte ik ook een aantal artiesten die zich ergens op de grens tussen klassiek en pop bevinden, zoals Wim Mertens, Dead Can Dance en Madredeus.
De grote omwenteling zou er pas komen toen ik mezelf ook geografisch verplaatste van Lokeren naar Gent. Twintig minuten moeten pendelen zet niet zo hard aan tot een kotleven, maar in mijn vierde jaar aan de universiteit besloot ik er toch voor te gaan. Mijn muzikale horizon veranderde danig omdat ik op de aftandse radio van mijn grootmoeder niet veel meer kon ontvangen dan de zender van Studio Brussel, die een paar honderd meter verder hoog en droog op de Boekentoren stond.
Het begin van een nieuw hoofdstuk…














No User Responded on " Historie (1) "
Leave A Reply Here