Zoals beloofd: een verslagje van Pukkelpop. We’ll save the best for last, maar omdat mij van thuis uit een grenzeloos respect voor chronologie is meegegeven, start ik uiteraard met de donderdag.
De dag begon rustig en niet meer al te vroeg, omdat we nu eenmaal eerst nog onze overheerlijke worstjes met patatjes en abrikozen moesten verorberen. Joan as Policewoman vormde voor ons de eerste act van de dag.
Het optreden was meer dan ok, maar Joan deed het kalmpjes aan. Echt energiek of opzwepend kon je de set niet noemen. Dat hoeft ook helemaal niet, maar je kon dan ook weer niet zeggen dat het bijzonder ontroerend of vertederend was. Geen slechte opwarmer voor het festival, maar ook niet veel meer dan dat.
We wandelden naar de dancehall voor Tricky en werden alvast enthousiast door de jungle-achtige breakbeats die ons tegemoet kwamen. Tricky’s geluidsmix was me een beetje te diffuus en te ongedefinieerd, maar de volgende dagen merkte ik dat dat ook veel te maken had met de akoestiek van de dancehall. Het was best wel opvallend dat de twee front-figuren, de rappende Tricky en een zangeres als zijn tegenpool, regelmatig met hun rug naar het publiek stonden, terwijl ze dansten, maar zelfs ook af en toe tijdens het zingen. De set moest wat op gang komen, maar geleidelijk aan groeide de energie.
De eerste echte show van de dag werd ons geleverd door Hot Chip. Deze groep bewijst alleszins dat je er niet übercool moet uitzien om superhippe muziek te maken: een hoop nerds bij elkaar. De zanger is klein van gestalte, maar zijn stem geeft deze band een bijzondere geluidskleur. Alles zat in orde, goede sfeer, mooie lichtshow en visuals en het publiek was uiteraard ‘ready for the floor’.
Maar toen hadden we nog niet gezien hoe professioneel Mercury Rev hun visuals en lichtshow aanpakt. We zaten buiten op het gras naast de Marquee en konden het concert niet helemaal ten volle meemaken, maar qua sfeerschepping leek dit echt wel helemaal af. Bovendien konden we maar een stukje bekijken, want een stemmetje riep: live drum’n'bass!
Pendulum was keihard en keiluid - en, toegegeven, we stonden ook erg vooraan en midden in het gespring. Alvast een dikke pluim dat het er allemaal erg live uitzag. We kregen een gigantische drumriser te zien met drie snares, ook al gebruikte hij die twee extra maar in één nummer. Maar Pendulum kun je eigenlijk niet bijzonder… complexe muziek noemen, om het voorzichtig te formuleren. Soms had het meer weg van rock (wat die drummer eigenlijk ook maar deed) en gabber (en het publiek maar uit zijn dak gaan). Simpele beat, simpel melodielijntje met dat typische geluidje, en keihard: dat is blijkbaar het recept. Hoogtepunt was de cover van The Prodigy. De keyboardman speelde de overbekende synthriff voortreffelijk. Hij was ook duidelijk de meest beslagen muzikant van de groep: op synth, midi-gitaar en als zanger.
We sloten de avond af met de Ting Tings in de duidelijk veel te kleine Clubtent. Daardoor stond ik ook buiten de tent en kon ik niet helemaal in de sfeer komen. De aanstekelijke hits deden duidelijk wel hun werk. Opvallend dat ze als een duo naar buiten blijven komen, terwijl we wel veel meer te horen kregen dan wat er te zien viel. Een duidelijke trend van deze Pukkelpop: niemand trekt er zich nog wat van aan dat er een backingtrack meeloopt.
Toen kropen wij in ons tentje met de steeds minder lucht bevattende luchtmatras… De volgende dag stond er weer heel wat op het programma.
(Met dank aan MIR I AM voor de leuke foto’s!)